De mythe van de mestvergister

De steeds verdergaande schaalvergroting in de vee-industrie in Overijssel heeft als gevolg een enorm mestoverschot. Dit zorgt voor grote schade aan natuur en milieu. Mestvergisters lijken een uitkomst te bieden, maar zijn geen duurzame oplossing voor het mestprobleem, integendeel. Het probleem moet bij de bron worden aangepakt: minder mest produceren door de veestapel in te krimpen.

Mestfabrieken
Mestvergisters zijn mestfabrieken waarin mest wordt omgezet in warmte, gas of elektriciteit. De vergisters zijn een vorm van symptoombestrijding die vooral de alsmaar verdergaande schaalvergroting in de vee-industrie in stand houdt, en daarmee alle negatieve gevolgen voor dierenwelzijn, natuur- en milieukwaliteit, de leefbaarheid en risico’s voor de volksgezondheid. Natuurlijk is het begrijpelijk dat producenten van deze onafzienbare stroom bruine mest aan greenwashing willen doen. Daarom doen ze alsof die bruine stroom groene stroom zou opleveren. Fijne beeldvorming, goed voor subsidie en goed voor minder maatschappelijke afkeuring.

Duurzame energie of broeikasgassen
Maar het beeld klopt niet. De intensieve veeindustrie stoot meer broeikasgassen uit dan alle auto's, trucks, schepen, treinen en vliegtuigen bij elkaar, is daarnaast verantwoordelijk voor 40 procent van het biodiversiteitsverlies in de oceanen en 30 procent op het land: geen eigenschappen die je verwacht bij fors gesubsidieerde groene-stroomproducenten. Om de vee-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en maïs ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast. Verder blijft het mestoverschot na vergisting even groot. Alleen het methaan wordt eruit gehaald, het resterende digestaat moet gedroogd worden en wordt vervolgens geëxporteerd. Alle energie die dat kost doet af aan het zogenaamde klimaatvoordeel van biogas.

Groene energie is normaal verbonden met de kringloopeconomie, maar juist de intensieve veehouderij veroorzaakt verstoring van kringlopen. Intensieve veehouderij in Nederland betekent massale import van soja. De verbouw hiervan in landen als Brazilië, zorgt voor kap van regenwoud en maatschappelijke misstanden zoals landroof. Kappen en platbranden van regenwouden, vervoer van de gewassen over grote afstand zouden allemaal meegewogen moeten worden. Dat gebeurt niet.

Overlast en onveiligheid
Dat megastallen, ook zonder vergister, overlast veroorzaken en een bedreiging vormen voor de volksgezondheid bleek onlangs weer uit een onderzoek van het RIVM. Veehouderijen tasten de gezondheid van omwonenden aan en vormen een risico voor de volksgezondheid door de overdracht van besmettelijke dierziekten.

Ook mestfabrieken bezorgen omwonenden veel overlast. Mensen worden letterlijk ziek van de mestvergisters. Omwonenden klagen over stankoverlast, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid. Het af en aan rijden van tankwagens met mest veroorzaakt geluidsoverlast en tast de leefbaarheid van het landelijk gebied aan. Er hebben zich veelvuldig ernstige explosies en branden voorgedaan met vergisters. Als er ongelukken gebeuren zijn de gevolgen daarvan ook voor de samenleving.

Vervuiler betaalt?
Naast voedsel en energie worden er ook vele miljoenen euro’s verspild aan mestfabrieken. Alleen met subsidie kan de ‘bruine stroom’ van mestvergisters rendabel geproduceerd worden. Aan de 150 mestvergisters die Nederland nu telt, is onder het mom van 'groene stroom' al 345 miljoen euro subsidie uitgegeven.

De vraag is waarom grote sommen gemeenschapsgeld worden verstrekt aan deze mestfabrieken. Het economische beginsel de vervuiler betaalt, gaat er juist van uit dat iedere vervuiler financieel verantwoordelijk is voor het verwijderen of ongedaan maken van de door hem veroorzaakte vervuiling. Nu worden de kosten afgewenteld op de gemeenschap als geheel.

Dierenwelzijn

Een ander probleem is dat je mest moet verzamelen om het te kunnen vergisten. Dit betekent in de melkveehouderij dat de koeien permanent op stal moeten staan. Het stimuleren van mestverwerking tot biogas draagt zo bij aan verdergaande schaalvergroting. Nog minder koeien in de wei en nog meer megastallen dus. Terwijl de melksector ons verzekert dat weidegang heel belangrijk is, komt het intussen zijn eigen afspraken over koeien in de wei nog niet eens na. Na het loslaten van het melkquotum in 2015 konden melkveehouders vrijwel limietloos uitbreiden en hebben we nu te maken met een dijkdoorbraak van melk- en mestoverschotten.

Mestprobleem bij bron aanpakken
De problemen rond de productie van mest moeten bij de bron worden aangepakt. De veestapel, en daarmee de productie van mest, moet worden ingeperkt in plaats van steeds worden uitgebreid. Er zou niet meer mest geproduceerd mogen worden, dan er verantwoord op de Overijsselse landbouwgronden gebruikt kan worden. Minder dieren houden is de enige effectieve maatregel om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Biogas klinkt als een mooie toepassing, maar de mestvergisting waarmee biogas geproduceerd wordt, zet geen rem op de veehouderij. Terwijl juist een kleinere veestapel de enige duurzame oplossing is voor een reeks van milieuproblemen waar Nederland dringend wat aan moet doen. Voeg daar nog een eerlijke prijs voor onze boeren aan toe en dan heb je een sector die duurzaam en toekomstbestendig is voor milieu, boer en burger.  

Lia van Dijk
Fractievoorzitter Statenfractie Partij voor de Dieren Overijssel