Mest­ver­gisters slechts symp­toom­be­strijding


29 april 2016

Overijssel kent een hoge vee-dichtheid en heeft als gevolg daarvan een enorm mestoverschot. Dit zorgt voor grote schade aan natuur en milieu. De Partij voor de Dieren vindt mestvergisters geen duurzame oplossing voor het mestprobleem. Het probleem moet bij de bron worden aangepakt: minder mest produceren door de veestapel in te krimpen. Omdat vergisters bovendien voor veel overlast zorgen, heeft de partij vragen gesteld aan het college over de gewenstheid van deze mestfabrieken en subsidieverlening vanuit de provincie.

Mestvergisters zijn mestfabrieken waarin mest wordt omgezet in warmte, gas of elektriciteit. Volgens de Partij voor de Dieren zijn de vergisters een vorm van symptoombestrijding die vooral de alsmaar verdergaande schaalvergroting in de vee-industrie in stand houdt, met alle negatieve gevolgen voor dierenwelzijn, natuur- en milieukwaliteit, de leefbaarheid en risico’s voor de volksgezondheid. De mestfabrieken zorgen daarnaast voor veel problemen.

Verspilling
Om de vee-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en maïs ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast. Naast voedsel en energie worden er ook vele miljoenen euro’s verspild aan mestfabrieken. Alleen met subsidie kan de ‘bruine stroom’ van mestvergisters rendabel geproduceerd worden. Aan de 150 mestvergisters die Nederland nu telt, is onder het mom van 'groene stroom' al 345 miljoen euro subsidie uitgegeven.

Overlast
Voor omwonenden brengen de mestfabrieken bovendien veel overlast met zich mee. Mensen worden letterlijk ziek van de mestvergisters. Veel omwonenden klagen over stankoverlast, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid. Het af en aan rijden van tankwagens met mest veroorzaakt geluidsoverlast en tast de leefbaarheid van het landelijk gebied aan.

De Partij voor de Dieren vindt dat de problemen rond de productie van mest bij de bron moet worden aangepakt. Fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Overijssel, Lia van Dijk: “De veestapel, en daarmee de productie van mest, zou moeten worden ingeperkt in plaats van alsmaar worden uitgebreid. Er zou niet meer mest wordt geproduceerd mogen worden, dan er verantwoord op de Overijsselse landbouwgronden gebruikt kan worden.”