Bijdrage Begroting 2016


11 november 2015

Voorzitter,

Voor ons ligt een mooi vorm gegeven digitale begroting. Wie had dat in de Middeleeuwen, toen de Overijsselse Staten bestonden uit de Ridderschappen en de Steden, kunnen bedenken? In die tijd, voorzitter, toen Overijssel nog oerbossen had, kuierden varkens vrij in de steden rond.

Anno nu zitten varkens, ook in onze provincie, met gemiddeld 10.000 boven op elkaar gepropt. Noemen we dat vooruitgang?

Onlangs verscheen een rapport van de Stichting Varkens in Nood, waarin 120 misstanden in de varkenshouderij worden beschreven, waarvan een groot deel in strijd is met de wet. Jan Terlouw, oud D66’er, vraagt zich in het voorwoord af hoe het mogelijk is dat we dit laten gebeuren in een land waarvan we graag denken dat het humaan en beschaafd is. En of de menselijke superioriteit ons het recht geeft om dieren zo te behandelen, of dat het ons de plicht oplegt om dieren te beschermen. Als het om mensen ging zou iedere beschreven misstand op zichzelf al voldoende zijn voor publieke verontwaardiging: het opsluiten in donkere hokken, het ontnemen van iedere vorm van plezier en de mogelijkheid om te bewegen, daglicht te zien of frisse lucht te ademen. Hoe kunnen we denken dat we dit dieren mogen aandoen. Jan Terlouw concludeert dat wie het rapport heeft gelezen, niet aan de conclusie kan ontkomen dat het eten van varkensvlees uit de intensieve veehouderij onfatsoenlijk en onacceptabel is. Hij roept op om het anders te doen: de sector af te bouwen, te investeren in vleesvervangers en te bouwen aan een schone, gezonde en diervriendelijke toekomst. Precies datgene waar de Partij voor de Dieren voor pleit.

Is het leven voor andere dieren in de intensieve veehouderij beter geregeld? Wie de uitzendingen van Zembla heeft gezien over de melkveehouderij weet dat weidegang steeds minder wordt, koeien worden doorgefokt tot het geven van enorme hoeveelheden melk, niet voor hun kalf, want dat wordt, hoe wreed, gelijk na de geboorte weggehaald. Koeien teren tegenwoordig zo in op hun vet dat ze zichzelf opeten, ze lijden aan stofwisselingsziekten, kreupelheid en uierontstekingen en zijn graatmager. Na een paar jaar zijn de dieren op en gaan naar de slacht.

Naast het enorme dierenleed brengt de intensieve veehouderij in ons land enorme schade toe aan de natuur en het milieu en betekent het risico’s voor de volksgezondheid. Ik verwijs naar het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarin staat dat dit landbouw-export-beleid, 80% is immers bestemd voor export, in ecologische zin niet houdbaar is. Vlees en zuivel leggen een te groot beslag op grond, water en grondstoffen, zijn een grote bron van broeikasgassen en veroorzaakt daling van biodiversiteit. Maar niet alleen daarom zegt de WRR. Megastallen zijn kraamkamers voor virussen en uitbraken van dierziektes. In combinatie met het grote gebruik van antibiotica en steeds meer resistente bacteriën, is de vee-industrie een gevaar voor de volksgezondheid, aldus de WRR.

Een transitie naar een meer plantaardig dieet zou deze problemen drastisch verminderen. Het Planbureau voor de Leefomgeving, de WRR, het VN rapport ‘recht op voedsel’, de Gezondheidsraad, allemaal zeggen ze dat er een actief overheidsbeleid moet komen om de vlees- en zuivelconsumptie te verminderen.

Voorzitter, voor de fractie van de PvdD is het onbegrijpelijk dat onder de noemer van ‘kwaliteitsimpuls voor het platteland’, ‘innovatie, verduurzaming en versterking van de landbouw’, ‘de bescherming van planten en dieren beter samen te laten gaan met economische ontwikkelingen’, ‘de landbouw toekomstperspectief bieden bij Natura2000 gebieden’ zoals te lezen is in de begroting, hiermee de grootschalige vee-industrie verder gestimuleerd wordt. Hoe vitaal is het platteland, als het vol staat met megastallen en monoculturen? En het toekomstbestendig maken van de provincie: hoe ziet het college dat voor zich met zoveel vervuiling en afbreuk aan biodiversiteit? Graag hierop een reactie.

Voorstanders schermen altijd met de economische belangen van de agrarische sector. De bijdrage zou 9% van het Bruto Binnenlands Product zijn. Maar wie weet dat de werkgelegenheid in de veesector amper 0,2% bedraagt en de veesector alleen, nog geen 2% van het BBP uitmaakt? Terwijl de maatschappelijke kosten die door de sector veroorzaakt worden aanzienlijk groter zijn dan die 2%, en zo tot een heel andere kosten-batenanalyse van de landbouw leidt. De maatschappelijke kosten van de huidige wijze van produceren en consumeren zouden moeten worden betaald door degenen die deze maatschappelijke kosten veroorzaken. Alleen al de echte prijs van bijvoorbeeld varkensvlees zou volgens onderzoek van de Vrije Universiteit 31% hoger moeten zijn dan de huidige winkelprijs als wij alle maatschappelijke kosten zouden verrekenen in de prijs. En als wij die niet langer zouden laten betalen door de belastingbetaler want uiteindelijk gaat het via de blauwe envelop. Hoe bestendig is de veehouderij als sector als zij aan een continue subsidie infuus ligt van Europa, het Rijk en de Provincie?

Terug naar Overijssel: onder invloed van schaalvergroting is ons platteland veranderd van groene weides met pinksterbloemen, kruiden, knotwilgen en weidevogels in monoculturen van mais en Engels Raaigras waar niets overleefd behalve ganzen die er dol op zijn. En die willen we dan weer niet. In het enkele weken geleden verschenen rapport van het WNF is de daling van dierpopulaties op het platteland dramatisch te noemen. Het WNF concludeert dat dierpopulaties sinds 1990 met 40% zijn afgenomen en dat de vogelstand sinds 1960 met tweederde is afgenomen en dat dit, en Voorzitter, ik wil echt niet polariseren, ik schets alleen de conclusies van het WNF, toe te schrijven is aan de grootschalige en intensieve landbouw. Zware bemesting, pesticiden gebruik, het voortdurend maaien van monotone weilanden én stikstof uit de veehouderij zijn funest voor vogels, vlinders en reptielen.

Ook uit onderzoek van Alterra blijkt dat landbouwkundige intensivering negatieve effecten heeft op natuurwaarden (bijv. toegenomen ontwatering, bemesting, perceelvergroting, pesticiden gebruik en oogstsnelheid) waardoor de biodiversiteit op landbouwgronden exponentieel afneemt. Alterra stelt dat de ecologische randvoorwaarden in boerenland zo slecht zijn dat de marginale maatregelen van agrarisch natuurbeheer niet voldoende zijn voor de te beschermen planten en weidevogels. De belangrijkste conclusie van Alterra is dat als agrarisch natuurbeheer zou worden afgeschaft, de gevolgen voor de biodiversiteit gering zijn. Alleen de hamsters in Limburg en de Grauwe Kiekendieven in Groningen lijken te profiteren.

Voor de fractie van de PvdD onbegrijpelijk dat het college in Overijssel desondanks 20 miljoen wil investeren in agrarisch natuurbeheer maar tegelijkertijd de uitbreiding van de vee-industrie stimuleert. Tot op heden zijn we er in Nederland niet in geslaagd om economische ontwikkelingen te koppelen aan behoud en versterking van biodiversiteit op grote schaal (kleine voorbeelden daargelaten). Waarom denkt GS dat dit in Overijssel gaat lukken? Ik zou hierop graag een reflectie van het college hebben.

Voorzitter, het huidige veehouderijsysteem is vastgelopen. We importeren enorme hoeveelheden veevoer en exporteren enorme hoeveelheden dieren en zuivel. En de rotzooi en risico’s blijven hier. Het sommetje is simpel, meer dieren, meer mest! Op dit moment produceren koeien, varkens en kippen jaarlijks 71 miljard kilo mest, dat zijn 24 badkuipen per Nederlander.

Mijn fractie wil boeren, onszelf en toekomstige generaties een duurzame toekomst geven. Boeren moeten niet meer terecht kunnen komen in een situatie dat ze onder de kostprijs moeten produceren. Dat gaat ten koste van hun inkomen en heeft grote gevolgen voor de voedselveiligheid, het dierenwelzijn en het milieu. Wij pleiten voor kleinschalige, lokale en duurzame voedselproductie die veilig en diervriendelijk is en geproduceerd wordt tegen een eerlijke prijs.

Voorzitter, mijn fractie kijkt uit naar de dag dat dit college moed, visie en leiderschap toont door een rem te zetten op de intensieve vee-industrie die net als de fossiele sector enorm bijdraagt aan broeikasgasemissies en daarnaast de belangrijkste oorzaak is van grootschalige ontbossing, biodiversiteitsverlies, risico’s voor de volksgezondheid betekent en een lijdensweg voor dieren. Ik daag het college graag uit om de regierol te nemen aangaande de noodzakelijke hervorming van de veehouderij.

Lia van Dijk
Fractievoorzitter
Partij voor de Dieren Overijssel

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer