Bijdrage Jaar­verslag 2016


24 mei 2017

Voorzitter, ik wil graag beginnen met het uitspreken van mijn waardering voor het jaarverslag als geheel en in bijzonder voor de zeer toegankelijke presentatie via de website. Als kersvers statenlid kan ik voor vergelijking niet putten uit ervaringen van voorgaande jaren, maar ik heb de huidige vorm als heel prettig en gebruikersvriendelijk ervaren. Mijn complimenten hiervoor.

Ook de onderverdeling in 10 kerntaken, met 42 beleidsdoelen, 153 geformuleerde prestaties en 77 indicatoren, zijn helder en overzichtelijk. En kleurencodes doen het ook altijd goed: groen, oranje, rood, het spreek direct tot de verbeelding. En als ik dan zie dat verreweg de meeste van de geformuleerde prestaties en indicatoren op groen staan, met een klein aantal oranje en slechts een enkele op rood, dan moet de conclusie haast wel zijn dat het goed gaat met onze provincie en met het provinciale bestuur...

Maar om die conclusie te laten gelden, is het wel doorslaggevend dat de geformuleerde prestaties het beleidsdoel bevorderen en vooral dat de gebruikte indicatoren het juiste meten, namelijk of de beleidsdoelen ook daadwerkelijk dichterbij komen. En juist hier schort het een en ander aan.

Voorzitter, twee weken geleden hebben we in deze zaal verslag gekregen van bevindingen van de Auditcommissie en Groep Duisenberg m.b.t. de jaarstukken 2016 . Namens onze fractie wil ik de collega’s hartelijk bedanken voor al hun inspanningen en het delen van hun bevindingen. Ik hoef de bevindingen hier niet te herhalen, maar wat mij het meest is bijgebleven zijn de zeer kritische opmerkingen t.a.v. de afrekenbaarheid van de P&C-documenten. Kort gezegd: het beleid is onvoldoende SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden). Concreet schrijft de Auditcommissie en Groep Duisenberg bijvoorbeeld over de ontwikkelopgave EHS – Natura2000: “Een oordeel over rechtmatigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid is op basis van een begroting, de monitor en het jaarverslag niet mogelijk, ondanks de duidelijke inspanning om PS te informeren over de uitvoering van de prestatie.” Dat is nogal wat: een oordeel is op basis van de ons aangeleverde stukken niet mogelijk. Dat betekent dat we als Staten onze controlerende taak niet kunnen uitvoeren. Dat is heftig.

Ik geef twee voor ons belangrijke voorbeelden die illustreren waar het mis gaat.

Als eerste biodiversiteit. Bij kerntaak 3, Vitaal platteland, is het eerste beleidsdoel Behoud van natuur- & landschapskwaliteiten en van de verscheidenheid aan dieren & planten door bescherming en beheer. Een mooie doelstelling, maar onze fractie zette al eerder vraagtekens bij de indicatoren bij deze kerntaak en of deze daadwerkelijk iets zeggen over het behalen van de doelstellingen. Wij vinden dat dit onvoldoende het geval is. Er wordt namelijk niet gemeten of de biodiversiteit daadwerkelijk wordt behouden. Biodiversiteit is geen indicator. We hebben dus geen zicht op de ontwikkeling van de biodiversiteit, terwijl dit één van de hoofddoelstelling van het beleid is.

Tweede voorbeeld: duurzame energie. Hier is de beleidsdoelstelling 20% hernieuwbare energie in 2023. De bijbehorende prestaties zijn geformuleerd in termen van het stimuleren van maatregelen en het financieren van projecten. En dan zien we dat de acties zijn uitgezet, dus die prestatie staat op groen. En dat het budget is gerealiseerd, dus die prestatie staat op groen. Maar beide prestaties zeggen op zich weinig over het daadwerkelijke gerealiseerde aandeel hernieuwbare energie. Laat staan dat het iets zegt over waar het achterliggende doel, namelijk emissiereducties t.b.v. het klimaat. Ook hier ontbreken de juiste indicatoren.

Waar leidt dit toe? Graag van GS een reactie op de bevindingen van de groep Duisenberg, toegespitst op deze twee onderwerpen.