Bijdrage jaar­verslag 2017


23 mei 2018

Voorzitter,

We bespreken vandaag het jaarverslag waarmee GS rapporteert over het afgelopen jaar. Nu is het intussen ook een jaar geleden dat ikzelf in deze Staten plaatsnam, dus is het verleidelijk om mijn eigen ervaringen van dit jaar aan het voorliggende jaarverslag te spiegelen.

In mijn beleving werd het afgelopen jaar gedomineerd door twee discussies die beide meermaals aan de orde zijn geweest:

  • de uitbreiding van vliegveld Lelystad met de dreiging van geluidsoverlast voor omwonenden;
  • de uitbreiding van de geitenhouderij met de dreiging van gezondheidsproblemen voor omwonenden.

Dus onze fractie was in eerste instantie vooral benieuwd hoe in het jaarverslag op beide kwesties wordt teruggekeken. Nou dat begon goed. Al in de inleiding van het jaarverslag komt vliegveld Lelystad aan de orde, met een korte duiding van de problematiek, de aanpak en het tot nu toe behaalde resultaat. Mooi. Helder.

Dan de geiten. Daarvoor moesten we langer doorlezen. Om uiteindelijk vast te stellen dat de problematiek rond de geitenhouderij het jaarverslag niet heeft gehaald. En toen we toch aan het lezen was drong het tot ons door dat ook de broeikasgasemissies van de landbouw (CLM rapport van december j.l.) niet worden genoemd. En dat in het jaarverslag ook niks staat over de ammoniakemissies van de landbouw. De afname van de insecten dan? - niks. De achteruitgang van het bodemleven? – niet genoemd. De stand van de weidevogels? – krijgt geen aandacht.

Als ik terugkijk naar mijn eerste jaar in de Staten, dan zie ik vooral dit als rode draad: de problemen die worden veroorzaak door de intensieve veeteelt, daar wordt consequent bij weggekeken door zowel het college als de collegepartijen.

Ik geef drie voorbeeld om te illustreren hoe dit in z’n werk gaat:

Tijdens de vorige commissievergadering Landbouw en Natuur waren de broeikasgasemissies van de landbouw aan de orde. Het door CLM opgestelde rapport stelt dat 31% van de broeikasgasemissies in Overijssel worden veroorzaakt door de landbouw. En wat is de bijdrage aan de discussie van het CDA? Het CDA wijst er op dat dus 70% van de emissie niet van de landbouw afkomstig is en wijst daarbij naar de toeristensector. Hoezo landbouw, al dat vliegverkeer, dat is pas erg.

Ander voorbeeld. De achteruitgang van de weidevogels. Er is brede wetenschappelijke consensus over de oorzaken. Ruilverkaveling en monocultuur hebben gezorgd voor hoogproductieve, maar ook zeer soortenarme graslanden en akkers. Door gebrek aan bloeiende planten neemt het aantal insecten af, en daar lijden de insecteneters onder – waaronder de jonge weidevogels. Maar niet in onze provincie. Als ik wede collega’s van de coalitiepartijen moet geloven dan komt de achteruitgang van de weidevogels bij ons toch vooral door de vos. En als er even geen vos in de buurt is, dan heeft de ooievaar het gedaan.

Derde voorbeeld. De ammoniakemissies. In antwoord op schriftelijke vragen van collega Wissink over de toename van de ammoniakuitstoot in Overijssel en specifiek in gemeente Dinkelland presenteert het college een kaartje van de website emissieregistratie.nl. Ik kan dat hier even laten zien. En het college wijst er daarbij op dat – ik citeer – “de geregistreerde emissie in de gemeente Dinkelland niet hoger is dan in veel gemeenten in Brabant.”

Kaartje zoals gebruikt door GS:

Ja, in Brabant. Want, zo weten we allemaal, daar is het pas erg. Dat blijkt als we op dezelfde website naar de emissies per provincie gaan kijken. Zo kennen we het, Brabant is diep rood gekleurd en Overijssel fijn roze. Het valt dus wel mee.

Kaartje ammoniakemissie per provincie 2010 (bron: www.emissieregistratie.nl):

Maar voorzitter, dit is het kaartje van 2010. Als we doorklikken naar 2015, dan zien we dit. Intussen is Overijssel de provincie met de hoogste ammoniakuitstoot. We zijn Brabant daarin voorbijgestreeft. Maar wijzen doet het college nog steeds naar Brabant. Daar is het pas erg.

Kaartje ammoniakemissie per provincie 2015 (bron: www.emissieregistratie.nl):

Ondanks de massieve problematiek van de veeindustrie, schrijft GS in haar jaarverslag “Hoe zorg je ervoor dat de agrarische sector zich kan blijven ontwikkelen zonder dat dit ten koste gaat van het milieu?” We hebben de weidevogels er mee gedecimeerd. Onze natuur is aan het bezwijken onder de stikstofdepositie. Het klimaat op onze planeet is ontwricht. En het college vraagt zich af hoe we hier vooral nog een tijdje mee door kunnen gaan.

Voorzitter, als je de werkelijke problemen niet benoemt, dan kom je zeker niet toe aan oplossingen. Ik denk dat het college en de collegepartijen zich goed bewust zijn van deze wetmatigheid. Dat daarom naar de toeristensector wordt gewezen als we het over broeikasgasemissies in de landbouw hebben. Naar de vos wordt gewezen als we het over weidevogels hebben. En naar Brabant wordt gewezen als we een vraag stellen over stikstofemissies in gemeente Dinkelland. Wijzen naar een ander, zodat we de eigen problemen niet onder ogen hoeven te zien. En zodat het college in haar jaarverslag kan schrijven dat de agrarische sector zich kan blijven ontwikkelen.

Voorzitter, ik rond af met twee vragen aan het college.

De Partij voor de Dieren zou van GS graag een reactie krijgen waarom in het jaarverslag slechts in omfloerste termen wordt gesproken over de problematiek van de veeindustrie en waarom de concrete, feitelijke problemen onbenoemd blijven.

En we zouden graag horen of GS bereid is om in de volgende P&C documenten hier niet weer aan voorbij te gaan.

Dank voor uw aandacht.

De in tweede termijn ingediende motie is hier te vinden.

Het betreffende Jaarverslag 2017 van de provincie is hier te vinden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer