Bijdrage uitvoe­rings­pro­gramma agro & food


28 september 2016

Voorzitter, bijna leek het erop dat het college 12 miljoen wil investeren omdat zij, net als de Partij voor de Dieren, van mening is dat het noodzakelijk is de veehouderij te hervormen naar een meer natuur-inclusieve en diervriendelijke landbouw.

Want de intensieve veehouderij brengt naast alle ellende die dieren wordt aangedaan, enorme schade toe aan de natuur en het milieu en betekent risico’s voor de volksgezondheid omdat megastallen kraamkamers voor virussen en uitbraken van dierziektes zijn en het veelvuldig gebruik van antibiotica leidt tot steeds meer multiresistente bacteriën. Ik verwijs naar de conclusies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en van het Planbureau voor de Leefomgeving die beschrijven dat het huidige landbouwbeleid in ecologische zin niet houdbaar is, het is een doodlopende weg. Vlees en zuivel leggen een te groot beslag op grond, water en grondstoffen, is de grootste bron van broeikasgassen en daling van biodiversiteit.

Onze fractie was dan ook verheugd dat onze motie eiwittransitie in het voorstel wordt genoemd. Want een transitie naar een meer plantaardig dieet zou de problemen die ik zojuist schetste drastisch verminderen. Het Planbureau voor de Leefomgeving, de WRR, het VN rapport ‘recht op voedsel’, de Gezondheidsraad, allemaal zeggen ze dat er een actief overheidsbeleid moet komen om de vlees- en zuivelproductie en consumptie te verminderen. Het veranderen van onze eetgewoonten en de manier waarop we voedsel produceren is onvermijdbaar als we een leefbare planneet willen achterlaten voor toekomstige generaties.

Voorzitter, des te meer heeft het ons verbaasd dat ook mestvergisters en luchtwassers onder dit uitvoeringsprogramma vallen, omdat beide juist leiden tot meer schaalvergroting in de vee-industrie en dus haaks staan op de uitgangspunten duurzaamheid, maatschappelijk draagvlak en dierenwelzijn.

Mestvergisters zijn geen duurzame oplossing voor het mestprobleem, integendeel. Prof. Lucas Reijnders noemt ze zelfs ecologische waanzin. De vergisters zijn een vorm van symptoombestrijding omdat Nederland zich geen raad weet met de 70 miljard kg mest die hier geproduceerd wordt, 4.000 kg per Nederlander, pakweg 60x je eigen gewicht in poep. Natuurlijk is het begrijpelijk dat producenten van deze onafzienbare stroom bruine mest aan greenwashing willen doen. Daarom doen ze alsof die bruine stroom groene stroom zou opleveren. Fijne beeldvorming, goed voor subsidie en goed voor minder maatschappelijke afkeuring.

Maar het beeld klopt niet. De intensieve vee-industrie stoot 40% meer broeikasgassen uit dan alle auto's, trucks, schepen, treinen en vliegtuigen bij elkaar, is daarnaast de grootste veroorzaker van biodiversiteitsverlies, habitatvernietiging en watervervuiling: geen eigenschappen die je verwacht bij fors gesubsidieerde groene-stroomproducenten. Om de vee-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en maïs ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast. Verre van duurzaam dus. Groene energie is normaal verbonden met de kringloopeconomie, maar juist de intensieve veehouderij veroorzaakt verstoring van kringlopen, bijvoorbeeld door het onttrekken van grote hoeveelheden water en fosfaat. Bij de huidige verspilling van fosfaat is het over enkele decennia niet meer mogelijk de wereldbevolking te voeden. In Nederland is het met fosfaat trouwens net andersom, door overmesting hebben we hier weer teveel.

De veehouderij is verreweg de grootste veroorzaker van ontbossing, vanwege de vraag naar landbouwgrond. Het kappen en platbranden van regenwouden, maatschappelijke misstanden zoals landroof, het vervoer van de gewassen over grote afstand, al deze factoren zouden meegewogen moeten worden in de afweging hoe duurzaam het is om mest te vergisten, maar dat gebeurt niet.

Daarnaast voorzitter, bezorgen mestfabrieken omwonenden veel overlast. Mensen klagen over stankoverlast en geluidsoverlast door het af en aan rijden van tankwagens met mest. Er hebben zich veelvuldig ernstige explosies en branden voorgedaan met vergisters. Als er ongelukken gebeuren zijn de gevolgen daarvan ook voor de samenleving.

Een ander probleem is dat je mest moet verzamelen om het te kunnen vergisten. Dit betekent in de melkveehouderij dat de koeien permanent op stal moeten staan en minder weidegang. Vraag is voorzitter, of GS erkent dat het stimuleren van mestverwerking zo bijdraagt aan verdergaande schaalvergroting? En dat deze trend ingaat tegen de maatschappelijke behoefte aan weidegang voor koeien en aan de ambities van het kabinet om deze weidegang te verhogen? Graag een reactie.

Of hoopt GS dat innovatieve ondernemers het ei van Columbus gaan vinden om de problemen op te lossen? Ik noem er enkele: het niet gaan halen van de klimaatdoelen, het niet gaan halen van de KRW doelen, wat miljoenen euro’s aan boetes kan betekenen, de overschrijding van het fosfaatplafond, waardoor ook nog de Nederlandse derogatie op het spel komt te staan? Wil GS toch het liefst doorgaan met bulkproductie voor de wereldmarkt, dus de slager en melkboer van de wereld te zijn? Ook hierop graag een reactie.

Of wil GS nu echt naar een duurzame en grondgebonden landbouwsector met gesloten kringlopen? Dan zouden de problemen rond de productie van mest bij de bron moeten worden aangepakt. De veestapel, en daarmee de productie van mest, inperken in plaats van steeds verder uitbreiden. Niet meer mest produceren, dan er verantwoord op de Overijsselse landbouwgronden gebruikt kan worden. Graag een reactie.

Voorzitter, dan de luchtwassers. Uit het rapport van Wakker Dier: ‘De nadelen van luchtwassers; miljoenen subsidies voor dierenleed’, blijkt dat luchtwassers indirect leiden tot een slechter stalklimaat voor varkens, terwijl 50% van de varkens al kampt met longontsteking en/of pleuritis. Volgens Wakker Dier zijn luchtwassers de belangrijkste oorzaak van stalbranden waar tienduizenden dieren een afschuwelijke dood sterven. Is GS het eens met de Partij voor de Dieren dat luchtwassers leiden tot potdichte stallen, omdat veehouders de efficiëntie van luchtwassers hoger achten als de stal luchtdicht wordt gemaakt? Erkent het college dat de aanschaf van luchtwassers in de melkveehouderij, net als mestvergisters zal leiden tot steeds meer koeien die het hele jaar opgesloten worden in stallen?

Onderschrijft GS de conclusies uit het rapport dat luchtwassers niet goed zijn voor dieren en dat het, vanwege het dierenwelzijn en –gezondheid, beter is om geen energie slurpende luchtwassers aan te schaffen, maar om te investeren in bronmaatregelen die de vorming van ammoniak en fijnstof tegengaan door bijvoorbeeld inkrimping van de veestapel?

Voorzitter wat ons betreft zijn luchtwassers en mestvergisters onverenigbaar met duurzame landbouw. Daarom dienen wij een amendement in waarbij luchtwassers en mestvergisting zijn uitgezonderd van de innovatielabs.

Een kleinere veestapel is de enige duurzame oplossing voor een reeks van milieuproblemen waar Nederland dringend wat aan moet doen. Voeg daar nog een eerlijke prijs voor onze boeren aan toe en dan heb je een sector die duurzaam en toekomstbestendig is voor milieu, boer en burger.

Daarom komen wij met een motie waarin we GS verzoeken: Om binnen het uitvoeringsprogramma agro & food, de definitie van de Commissie Brundtland (genoemd naar de voormalige vrouwelijke Noorse premier) ten aanzien van duurzame ontwikkelingen te hanteren, welke luidt: `De ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen Einde dictum

Er is namelijk geen planeet B. Dank u wel.

Lia van Dijk
Partij voor de Dieren

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer