Amen­dement regeling afmesten biolo­gische geiten­bokken


27 februari 2019

De ondergetekenden stellen de volgende wijziging voor in het ontwerpbesluit van Statenvoorstel PS/2019/69:

Beslispunt 1 als volgt aan te passen:

1. het ontwerp van het besluit tot wijziging van de Omgevingsverordening Overijssel ten behoeve van het verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderij (IDN kenmerk NL.IMRO.9923.phVerordening005-va01) gewijzigd vast te stellen door:

I

In artikel I, lid 2, onder vernummering van de subleden c en d in d en e, het volgende nieuwe sublid c op te nemen:

  1. c. Het verbod, bedoeld onder a, geldt niet voor bedrijven die door de Stichting Skal Biocontrole zijn gecertificeerd, enkel voor de diercategorie C.3 (opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen) uit de Regeling ammoniak en veehouderij en waarvan de afzonderlijke dieren op het bedrijf zelf zijn geboren. Deze uitzondering is enkel van toepassing voor zover de benodigde uitbreiding plaatsvindt voor het afmesten van geitenbokken in onmiddellijke samenhang met onherroepelijk verkregen rechten voor de betrokken diercategorie uit een andere geitenhouderij in de provincie Overijssel.

II

In de toelichting bij artikel I, lid 2 onder vernummering van de subonderdelen c en d in d en e, het volgende nieuwe subonderdeel c op te nemen:

c.

Dit onderdeel maakt een uitzondering op het verbod. Biologische geitenhouders krijgen de mogelijkheid om hun vergunning te verruimen voor de opfok van de jonge geitenbokken van hun eigen geiten, weliswaar zonder dat het aantal melkgeiten in de provincie groter wordt. De uitzondering is gekoppeld aan de certificering door de Stichting Skal Biocontrole (te Zwolle).

De uitzondering geldt enkel voor het afmesten van jonge geitenbokken. Bijlage 1 van de Regeling Ammoniak en Veehouderij (Rav) vermeldt de ammoniakemissiefactoren van huisvestingssystemen. Deze zijn nodig om de ammoniakemissie van een veehouderij te berekenen. Voor geiten kent de Rav drie categorieën. Categorie C.3 betreft de opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen. Alleen voor deze diercategorie is de uitzondering van toepassing.

De geitenstop is ingesteld om uit oogpunt van de gezondheid van omwonenden een groei op het feitelijk aantal geiten op bedrijfsniveau tegen te gaan. Om hierop voor specifiek de biologische geitenhouderij een uitzondering te kunnen maken, geldt de eis dat de totale vergunde ruimte voor de betrokken geitenbedrijven per saldo niet toeneemt. Om die reden is deze uitzondering alleen mogelijk als de uitbreiding plaatsvindt in onmiddellijke samenhang met verkregen milieuruimte van andere geitenhouderijen. Dit betekent dat als de (benodigde) milieuruimte uit een andere gemeente wordt betrokken, aldaar eerst een intrekkingsbesluit genomen en onherroepelijk moet zijn. Als de milieuruimte in dezelfde gemeente plaatsvindt, kunnen beide procedures gecombineerd worden in één besluit. Daarbij zijn en blijven (eventuele) andere benodigde vergunningseisen voor de uitbreiding, zoals die op grond van de Wet natuurbescherming, onverminderd van toepassing.

III

Gedeputeerde Staten passen de (ontwerp-)reactienota zienswijzen en adviezen op de partiële herziening Omgevingsverordening Overijssel voor geitenhouderijen aan overeenkomstig voornoemde wijzigingen.

Toelichting

Voor de biologische geitenzuivel is onderscheidenheid van groot belang. Speerpunt daarbij is een structurele oplossing voor de bokken en wel door de biologische opfok en afzet ervan op het biologische bedrijf zelf. Bij de gangbare, niet-biologische bedrijfsvoering hebben boeren meer mogelijkheden om te sturen en is het afmesten van de bokjes rendabeler. Om de positie van de biologische geitenhouderij te kunnen behouden zonder dat uitbreiding een (economische) voordeelpositie oplevert, betekent dit de facto dat opfokruimte (vergunning en stallen) zou moeten verschuiven van bokkenmesterijen naar biologische geitenbedrijven. Hiervoor is het nodig dat de biologische geitenhouders de mogelijkheid krijgen om hun vergunning te verruimen voor de opfok van de bokken van hun eigen geiten, weliswaar zonder dat vanuit het belang van de volksgezondheid het aantal melkgeiten in de provincie groter wordt.

De uitzondering op het verbod voor het afmesten van biologische geitenbokken is gekoppeld aan de certificering door de Stichting Skal Biocontrole (te Zwolle).

Een landbouwproduct of voedingsmiddel mag alleen biologisch heten als het productieproces aan wettelijke voorschriften voldoet. De wetgeving is gericht op het verzekeren van eerlijke concurrentie, een goede werking van de interne markt en op het behoud en de rechtvaardiging van het vertrouwen van de consument in biologische producten. De aanduiding 'biologisch' is binnen de EU slechts toegestaan op landbouwproducten en levensmiddelen wanneer deze aantoonbaar voldoen aan de wettelijke eisen, vastgelegd in de EU-Verordeningen nr. 834/2007 en 889/2008.

Luuk Folkerts
Partij voor de Dieren

Marco van der Vegte
CDA

Harry Broekhuijs
SP

Kees Slingerland
GroenLinks

Gert Harm ten Bolscher
SGP


Status

Aangenomen

Voor

PartijvoordeDieren, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SP, D66, CDA, VVD, 50Plus, SGP, PVV

Tegen

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer