Vragen over afschot ganzen


Toelichting

De rechtbank in Zwolle bepaalde begin deze maand dat er niet meer overal in Overijssel ganzen afgeschoten mogen worden. Momenteel loopt er ook nog een zaak bij de Raad van State over ontheffingen die het mogelijk maken te jagen op ganzen om en nabij Natura2000 gebieden. De fractie van de Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen over het afschotbeleid van de provincie Overijssel:

  1. Bent u bekend met het Sovon Vogelonderzoek waaruit blijkt dat in de provincie Utrecht 40.000 ganzen zijn doodgeschoten, en dat de populatie desondanks met 9% is toegenomen?
  2. Deelt u de conclusie van Sovon Vogelonderzoek dat het afschieten van ganzen geen effect heeft?
  3. Beoordeelt u het beleid van de provincie Overijssel om tienduizenden ganzen te doden als logisch, gezien de bewezen ineffectiviteit van het afschotbeleid?
  4. Deelt u ook de conclusie van Sovon dat om een ganzenpopulatie duurzaam in te perken, beschikbare hulpbronnen moeten worden beperkt?
  5. Welke methoden zijn gebruikt om de ganzen te weren of te verdrijven? Is het afschieten van vossen gestopt? Zijn voedsel- of broedgebieden beperkt? Zijn andere teeltkeuzes gestimuleerd?
  6. Kunt u aangeven hoe de effectiviteit van het doden van de vogels zich verhoudt tot de aantrekkende werking van het creëren van monoculturen van gras?
  7. Bent u bereid maatregelen te nemen om de aantrekkende werking van deze gewassen weg te nemen? Zo nee, waarom niet?
  8. Kunt u een overzicht geven van het aantal ganzen in Overijssel, het aantal gedode ganzen en de groei van de populatie per jaar over de afgelopen 10 jaar?
  9. Kunt u aangeven wat de correlatie is tussen het aantal gedode ganzen per jaar en het schadebeperkende effect, uitgedrukt in de kosten aan schade-uitkeringen per jaar door het Faunafonds? Kunt u op basis van deze cijfers concluderen dat er een verband is tussen het aantal gedode ganzen en een vermindering van uitgekeerde landbouwschade? Zo ja, hoe dan? Zo nee, waarom zet u het beleid van afschot voort?
  10. Deelt u onze mening dat de provincie duurzame en effectieve maatregelen moet nemen, in plaats van het doden van dieren?
  11. Bent u bereid om te investeren in niet-dodelijke effectieve verjagingsmethoden, bijvoorbeeld het gebruik van volautomatische lasersystemen en het aanleggen van velden met witte klaver? Zo nee, waarom niet?
  12. Bent u bereid om rustgebieden voor de vogels te creëren waar zij kunnen broeden en foerageren? Zo nee, waarom niet?

I.N.A. van Dijk
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Overijssel

Antwoorddatum: 27 okt. 2015

Algemeen
Het merendeel van uw vragen is aan de orde geweest bij de behandeling van de Verordening beheer en schadebestrijding dieren in Overijssel en het Faunabeheerplan 2014-2019, PS/2014/655 op 27 augustus 2014 in de Statencommissie en op 10 september 2014 in uw Staten.
Voor zover de antwoorden op uw vragen niet in deze behandeling aan de orde zijn gekomen gaan wij hier onderstaand op in.

Antwoord vraag 1
Ja, wij gaan er vanuit dat u het Sovon-rapport 2013/28 "Beheer van zomergarizen in de provincie Utrecht" bedoelt.

Antwoord vraag 2
Wij lezen in het onderzoek niet de conclusie dat het verjagen met ondersteunend afschot van ganzen geen effect heeft.

Antwoord vraag 3
Wij hebben ons beleid voor beheer en schadebestrijding vorig jaar vastgesteld (PS/2014/655) en zien geen aanleiding dit aan te passen, zie toelichting onder algemeen.

Antwoord vraag 4
Wij lezen in het onderzoek niet de conclusie dat om ganzenpopulatie duurzaam in te perken beschikbare hulpbronnen moeten worden beperkt.

Antwoord vraag 5
Zie toelichting onder algemeen.

Voor de vos geldt ten eerste een landelijke vrijstelling voor grondgebruikers om het dier in de dagperiode te doden. Het voorkomen van schade aan weidevogelpopulaties was een belangrijke reden voor de Minister van Economische Zaken om de vos op de landelijke vrijstellingslijst te plaatsen. Ten tweede hebben wij op 15 december 2014 een Flora en faunawetontheffing verleend voor het schieten van vossen met behulp geweer met kunstmatige lichtbron of restlichtversterker. Wij hebben dit gedaan ter voorkoming van schade aan weidevogelpopulaties en bodembroeders. Het stoppen met schieten van vossen schaadt het belang van zeldzame weidevogels en bodembroeders. Ook zeldzame moerasvogels kunnen extra door de vos gepredeerd worden indien de stand van de vos niet beheerd wordt. Het stoppen van het schieten van de vos is daarom geen bruikbare methode om de schade aan gewassen te beperken.
Op 24 februari 2015 hebben wij een ontheffing verleend voor het behandelen van eieren van grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen voor de gehele provincie Overijssel. Hierdoor is het mogelijk om direct in het broedresultaat van ganzen in te grijpen. Ganzen broeden vaak in natuurgebieden waar ook andere zeldzame moerasvogels broeden. Het ongeschikt maken van het broedgebied voor de gans heeft dan als ongewenst effect dat andere vaak zeldzame moerasvogels ook niet meer tot broeden komen. Bovendien zijn wij geen eigenaar van de gronden in natuurgebieden, en niet in de positie om een beperking aan het grondgebruik op te leggen uit oogpunt van faunabeheer.
Het stimuleren van andere teeltkeuzes (o.a. door beperken van voedselgebieden) is geen onderdeel van het faunabeheer.

Antwoord vraag 6
Nee, wij kennen geen wetenschappelijk onderzoek hierover.

Antwoord vraag 7
Een belangrijke pijler van ons coalitieakkoord is het realiseren van de ambities uit onze beleidsbrief Agro&food (PS/2014/1092). Het nemen van maatregelen om aantrekkende werking van gewassen voor ganzen weg te nemen past daar niet in.

Antwoord vraag 8
Bij de vaststelling van de verordening beheer en schadebestrijding bij dieren hebben wij aangegeven dat wij ons beleid zullen evalueren. In onze schriftelijke reactie op mondelinge vragen van mevr. Wissink-Berkers (PS/2015/765, d.d. 06.10.2015) hebben wij toegelicht dat het daar nu nog te vroeg voor is.

Antwoord vraag 9
Het antwoord op deze vraag zal volgen uit de evaluatie van ons beleid en, zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 8, is het daar nu nog te vroeg voor.

Antwoord vraag 10
Zie toelichting onder algemeen.

Antwoord vraag 11
Wij investeren in het ontwikkelen van preventieve middelen samen met de andere provincies.
Het faunafonds coördineert deze onderzoeken. Voor de onderzoeken verwijs ik u naar de hun website: http://www.bij12.nl/bij12units/faunafonds/onderzoek/

Antwoord vraag 12
Zie toelichting onder algemeen.

Gedeputeerde staten van Overijssel,

A.B. Bijleveld-Schouten - Commissaris van de Koning

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer