Vragen over beroeps­verbod varkens­baron Mari­ënheem


Indiendatum: dec. 2016

Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel

Het college/de Commissaris van de Koning wordt verzocht de volgende artikel 59-vragen schriftelijk te beantwoorden:

Vorig jaar heeft de provincie Overijssel een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming afgegeven aan de beruchte varkensbaron Adriaan Straathof, voor een varkensflat met 11.000 varkens in Mariënheem, gemeente Raalte. De heer Straathof had op dat moment al sinds 2014 een beroepsverbod opgelegd gekregen door de Duitse rechtbank, wegens dierenmishandeling en ernstige verwaarlozing. Vorige maand is dit beroepsverbod door het hooggerechtshof in Duitsland bekrachtigd.

  1. Is het college op de hoogte van het beroepsverbod dat de heer Straathof, ook in hoger beroep, opgelegd heeft gekregen in Duitsland?[1]
  2. Is GS het met ons eens dat het onwenselijk is om de heer Straathof in Overijssel wel in staat te stellen zijn praktijken voort te zetten? Zeker gezien de gruwelijkheden waar hij voor veroordeeld is in Duitsland.[2]
  3. Deelt GS de mening dat veroordeelde veehouders zoals Adriaan Straathof, het aanzien van de Nederlandse veesector ernstige schade toebrengen? Zo nee, waarom niet?
  4. Is GS met ons van mening, dat personen die in het buitenland een beroepsverbod voor het houden van dieren hebben gekregen, ook in Nederland geen dieren meer zouden mogen houden? Zo nee, waarom niet?
  5. Is GS bereid om met de gemeente Raalte in gesprek te gaan
    - en er bij de gemeente op aan te dringen geen vergunning af te geven voor de varkensflat aan de Nijverdalseweg 13 te Mariënheem?
    - er bij de gemeente op aan te dringen er alles aan te doen deze varkensbaron te weren?
  6. Is GS bereid om er in IPO verband op aan te dringen, de minister te verzoeken de wet aan te passen, zodat personen die in het buitenland zijn veroordeeld voor dierenmishandeling en ernstige verwaarlozing ook in ons land geen dieren meer mogen houden? Zo nee, waarom niet?

Indiendatum: dec. 2016
Antwoorddatum: 10 jan. 2017

Antwoord vraag 1
Op 23 juli 2015 hebben GS van de provincie Overijssel een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet verleend voor een varkenshouderij in Mariënheem (gemeente Raalte) voor het houden van in totaal 11.480 varkens (waarvan bijna 7.300 biggen). Het dierenwelzijn is geen aspect dat betrokken mag worden bij de beoordeling van een aanvraag in het kader van de Natuurbeschermingswet.
Dit neemt niet weg dat wij op de hoogte waren van het feit dat deze ondernemer in Duitsland vanwege slechte omstandigheden in zijn stallen een beroepsverbod opgelegd heeft gekregen.

Antwoord vraag 2,3 en 4
Voor het welzijn van landbouwhuisdieren gelden Europese en Nederlandse regels waar houders van deze dieren zich aan moeten houden. De regels staan in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) inspecteert op de eisen voor dierenwelzijn bij bedrijfsmatige houders van dieren. Vermoedens van verwaarlozing kunnen worden gemeld bij het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwdieren. De toepassing van een handhavingsinstrument is een bevoegdheid van de NVWA.

Antwoord vraag 5 en 6
Het college kan er bij de gemeente Raalte niet op aan dringen om de door u genoemde aspecten mee te laten wegen bij de afweging of een omgevingsvergunning verleend wordt. Bij de verlening van een omgevingsvergunning kunnen en mogen alleen de aspecten worden betrokken die in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) zijn aangegeven. Het dierenwelzijn kan en mag niet worden begrepen onder het belang van de bescherming van het milieu als bedoeld in de Wet milieubeheer. Dit is ook bevestigd in jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie o.a. uitspraak201203981/1/A4).
Het dierenwelzijn is ook geen aspect dat betrokken mag worden bij de beoordeling van de activiteit bouwen. De gemeente is geen bevoegd gezag voor de regelgeving met betrekking tot het welzijn van dieren. Het ministerie van Economische zaken is verantwoordelijk voor de welzijnseisen voor dieren (Wet Dieren).

Gedeputeerde Staten is van mening dat het aanpassen van de wet niet noodzakelijk is. Er geldt geen beroepsverbod in Nederland, maar het college vindt wel dat dit een onbevredigende situatie is. Zij adviseert u om voor deze situatie aandacht te vragen bij de Tweede Kamer.

Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Gedeputeerde staten van Overijssel,
A.B. Bijleveld-Schouten - Commissaris van de Koning

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer