Vragen over weidegang


Indiendatum: okt. 2016

Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel

Het college/de Commissaris van de Koning wordt verzocht de volgende artikel 59-vragen schriftelijk te beantwoorden:

Op 4 oktober 2016, notabene op Dierendag, meldde het CBS dat het aantal koeien is toegenomen, terwijl de weidegang is gedaald. Afgelopen jaar is de weidegang van koeien met 4% gedaald, van 69% naar 65%, terwijl tien jaar geleden nog 80% buiten graasde.

  1. Bent u op de hoogte van deze cijfers?

Volgens het CBS scoren bedrijven in typische veenweidegebieden zoals in de provincie Utrecht en de provincies Noord en Zuid-Holland redelijk goed, qua weidegang. Dit terwijl bedrijven in andere gebieden van Nederland, de koeien steeds vaker op stal laten staan.

  1. In uw beantwoording op onze schriftelijke vragen `De echte prijs van Overijsselse melk`, gaf u op 25-07-2016 aan, dat de weidegang in Overijssel 70% bedroeg. Kunt u naar aanleiding van deze cijfers van het CBS, aangeven welk jaar dat betrof en wat het percentage weidegang in Overijssel in 2015 was? Graag volgens de berekeningssystematiek van het CBS, dus volledige weidegang (koeien die minimaal 120 dagen per jaar minstens zes uur per dag in de wei doorbrengen) en niet die van de zuivelindustrie die uitgaat van deelweidegang.

Op 12-05-2015 bracht het CBS naar buiten dat koeien die het hele jaar rond op stal blijven staan, 8kg meer ammoniak per koe uitstoten dan koeien met weidegang. Dit wordt veroorzaakt door de vermenging van mest en urine van koeien die op stal blijven staan.

  1. Bent u op de hoogte van deze cijfers?
  2. Bent u het met het met ons eens dat het opstallen van koeien leidt tot meer ammoniakuitstoot en dat dit dus schadelijk is voor het milieu? Zo nee waarom niet?

Staatsecretaris Van Dam heeft aangegeven te streven naar een percentage weidegang van 80% in 2020.

  1. Deelt u dit streven van de Staatssecretaris?
  2. Bent u het met ons eens dat het huidige percentage weidegang van 65% erg ver verwijderd is van dit streven naar 80%?

In uw antwoord op onze schriftelijke vragen `De echte prijs Overijsselse melk` gaf u aan weidegang een persoonlijke keuze van de boer te vinden.

  1. Vindt u dat nog steeds?
  2. Is de Provincie bereidt om naast het programma kavelruil, andere maatregelen te nemen om het percentage weidegang in Overijssel te vergroten? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, waarom niet?

Lia van Dijk
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Overijssel

Indiendatum: okt. 2016
Antwoorddatum: 1 nov. 2016

Antwoord 1 en 2:
Ja we zijn op de hoogte van deze cijfers. Het CBS heeft voor 2015 voor het eerst per provincies het percentage bedrijven met weidegang gepubliceerd (zie bijlage 2, gegevens CBS). In Overijssel biedt 74% van de bedrijven met melkvee alle melkkoeien weidegang en 3% biedt een deel van de koeien weidegang. Totaal is dit 77%.
In bijlage 3 is het CBS-bestand opgenomen, waarin de percentages van melkkoeien met weidegang over de periode 2007-2014 vermeld staan per landbouwgebied. Het percentage van 70% melkkoeien met weidegang in Overijssel in 2014 is gebaseerd op de twee landbouwregio's, waarin Overijssel is opgedeeld, namelijk deels het oostelijk en centraal veehouderijgebied en deels het noordelijk weidegebied. De verwachting is dat het aantal melkkoeien met weidegang ook is gedaald in 2015, net zoals in heel Nederland, maar het exacte percentage is voor Overijssel niet bekend. Het CBS heeft voor 2015 op basis van een maatwerk opdracht het aantal bedrijven met weidegang in beeld gebracht.

Antwoord 3 en 4:
Ja we zijn op de hoogte van deze cijfers. In het onderzoek "Trends in beweiden en opstallen van melkkoeien en het effect op emissies naar lucht van het CBS" (webartikel mei 2015) is aangegeven dat het opstallen van koeien leidt tot meer emissie van ammoniak en van het broeikasgas methaan dan bij weiden. Bij het weiden is meer emissie van lachgas (broeikasgas). Het effect van de extra emissie van ammoniak hangt af van de emissiebeperkende maatregelen, die in de stallen worden genomen (zie o.a. emissiefactoren Regeling Ammoniak en Veehouderij). Met de lagere emissie van ammoniak door beweiden wordt rekening gehouden in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Antwoord 5 en 8:
Dit is een ambitie van het rijk en het ministerie van EZ heeft hierover afspraken gemaakt met de sector. We waarderen en stimuleren weidegang via onder andere het Agro&Food beleid. De Statenbrief Agro&Food in Overijssel: innovatie en duurzame productie (PS 2014/1092) heeft als uitgangspunt dat de Overijsselse agro&foodsector een transitie naar duurzaamheid doormaakt. Het is maatwerk welke inzet een agrarisch bedrijf wil plegen om die transitie naar duurzaamheid in gang te zetten. In de revisie Omgevingsvisie is naast de inzet op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid ook een inzet op sociale kwaliteit (toegankelijkheid, zichtbaarheid) vereist bij groei van agrarische bedrijven.

Zoals in ons antwoord op uw schriftelijke vragen 'De echte prijs van Overijsselse melk' is aangegeven leveren wij een bijdrage via het programma kavelruil om het makkelijker voor boeren te maken om te (blijven) weiden. In het Uitvoeringsprogramma Agro&Food zijn innovatielabs en andere stimuleringsmaatregelen benoemd, waarin onder andere nieuwe ketenconcepten kunnen worden ontwikkeld waarvan weidegang onderdeel uit kan maken.

Antwoord 6 en 7:
Ja wij zijn het met u eens dat huidige percentage weidegang ver verwijderd is van het streef percentage. Het wel of niet toepassen van weidegang is een persoonlijke keuze van de boer en wordt onder andere beïnvloed door de extra bijdrage voor weidegang vanuit de zuivelverwerkende bedrijven (via ketenconcepten zoals weidemelk, weidekaas en biologisch).

Gedeputeerde Staten van Overijssel,
A.B. Bijleveld-Schouten - Commissaris van de Koning

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer