Vragen over provin­ciaal inpas­singsplan mest­ver­gister Zenderen


Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel

Het college/de Commissaris van de Koning wordt verzocht de volgende artikel 59-vragen schriftelijk te beantwoorden:

Gedeputeerde Staten starten een procedure voor de realisatie van een mestvergistingsinstallatie in Zenderen middels een inpassingsplan. Eerder had de gemeente Borne bij de Raad van State bezwaar gemaakt tegen de komst van de mestvergister, waarop de Raad van State eerder dit jaar de uitspraak deed en een streep zette door de plannen van Twence. De omgevingsvergunning was volgens de Raad van State onterecht door de provincie afgegeven.

1. Wat is de juridische onderbouwing voor het inzetten van het middel inpassingsplan in dit geval? Welk provinciaal belang is hiermee gediend en weegt dit dermate zwaar dat het deze maatregel wettigt?

2. Is hierover vooraf overleg geweest met de gemeente Borne? Zo nee, waarom niet?

3. Welke andere middelen zijn overwogen?

4. Is het college bereid om (net als in Staphorst) de gemeente Borne een kans te geven om met een alternatieve oplossing te komen voor een bijdrage aan de provinciale doelstelling voor hernieuwbare energie?

In het persbericht van de provincie wordt beweerd dat mestvergisting een oplossing biedt voor het mestoverschot[1].

5. Wat is de verhouding tussen de hoeveelheid mineralen (stikstof- en fosfaat) die de mestvergister ingaat en er uiteindelijk (na vergisting) weer uitkomt?

6. Zou het mestprobleem niet bij de bron moeten worden aangepakt?

[1] http://www.overijssel.nl/actueel/nieuws/@MQ-/provincie-start/

Antwoorddatum: 7 feb. 2018

Op 21 december 2017 ontvingen wij uw schriftelijke vragen over het initiatief voor een mestvergistingsinstallatie van Twence. Hieronder beantwoorden wij deze vragen.

1. Wat is de Juridische onderbouwing voor het inzetten van het middel inpassingsplan in dit geval? Welk provinciaal belang is hiermee gediend en weegt dit dermate zwaar dat het deze maatregel wettigt?

Antwoord

De provincie maakt een inpassingsplan op basis van artikel 3.26 Wro. De belangen van de gemeente zijn in dit dossier lokaal van aard. De provincie moet ook (boven)regionale belangen afwegen. In dit dossier spelen twee belangrijke provinciale belangen:

1. Het bouwen van een mestvergister levert een belangrijke bijdrage aan het oplossen van het mestoverschot in Twente;

2. De mestvergister levert een belangrijke bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de provincie Overijssel. Het initiatief levert 5.000.000 m3 groen gas. Dit is vergelijkbaar met 84.000 zonnepanelen of 3 windmolens.

2. Is hierover vooraf overleg geweest met de gemeente Borne? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Er is twee keer uitgebreid gesproken tussen vertegenwoordigers van het college van Gedeputeerde Staten en het college van gemeente Borne. Uit de gesprekken is gebleken dat er geen gedragen standpunt ingenomen kon worden ten aanzien van het initiatief van Twence. Daarop heeft GS besloten een inpassingsplan voor te gaan bereiden.

3. Welke andere middelen zijn overwogen?

Antwoord

Door gemeente Borne en Gedeputeerde Staten zijn drie verschillende scenario's verkend:

1. Een nieuw open proces;

2. Een PIP;

3. Een PIP waarin ook de ontwikkelingen in het omliggende gebied in een open proces worden meegenomen.

4. Is het college bereid om (net als in Staphorst) de gemeente Borne een kans te geven om met een alternatieve oplossing te komen voor een bijdrage aan de provinciale doelstelling voor hernieuwbare energie?

Antwoord

Het college heeft deze mogelijkheid onderzocht en besproken met gemeente Borne. Ten aanzien van het initiatief van Twence hebben de colleges geen gezamenlijk standpunt in kunnen nemen. Het bouwen van een mestvergister op een andere locatie is uiterst onzeker. Dit wordt ingegeven door een reeds vergunde NBwetvergunning, maar ook de goede betrouwbaarheid en reputatie van Twence spelen hierbij een rol. Door een nieuw 'open proces', met een onzekere uitkomst, komt de realisatie van het initiatief mogelijk in gevaar.

In het persbericht van de provincie wordt beweerd dat mestvergisting een oplossing biedt voor het mestoverschot.

5. Wat is de verhouding tussen de hoeveelheid mineralen (stikstof- en fosfaat) die de mestvergister ingaat en er uiteinde/ijk (na vergisting) weer uitkomt?

Antwoord

In het initiatief van Twence is sprake van mestvergisting. Door alléén vergisting veranderen de hoeveelheden mineralen in de ingaande en uitgaande stroom niet. Echter in deze installatie is vergisting een onderdeel van de totale mestverwaardingsinstallatie. In de totale installatie wordt de mest gescheiden in water (80%); biogas, fosfaat in de dikke fractie, ammoniakwater en kali concentraat. De ingaande stikstof wordt omgezet in ammoniakwater, dat toegepast kan worden als hulpstof in de afvalenergiecentrale (AEC) van Twence op Boeldershoek. De ingaande fosfaat wordt geconcentreerd in de dikke fractie. Deze wordt gehygiëniseerd en vervolgens geëxporteerd naar landbouwgebieden in Europa waar een behoefte aan fosfaat is. De mestwetgeving schrijft voor, dat het fosfaatoverschot geëxporteerd wordt uit de Nederlandse landbouw. Fosfaat is een eindige grondstof die op deze wijze voor de kringloop wordt behouden. Het kaliconcentraat is een gewaardeerde meststof in de akkerbouw. Het biogas wordt opgewerkt tot aardgaskwaliteit (groengas) en ingevoerd op het aardgasnet. Het gezuiverde water is zo schoon dat het geloosd kan worden op het oppervlaktewater. De verwijdering van het water betekent een enorme besparing op het transport en voorkomt de emissie van CO2. Alle mineralen komen op een hoogwaardige wijze terug in de kringloop.

6. Zou het mestprobleem niet bij de bron moeten worden aangepakt?

Antwoord

De mestproblematiek wordt middels wetgeving streng gereguleerd. De emissie wordt via vergunningen vastgelegd en gecontroleerd door samenwerkende overheden. Dit college investeert een belangrijk deel van haar middelen in de bescherming van natuurgebieden om deze robuuster te maken. Middels het PAS programma wordt onder andere de emissies van stikstof op Natura 2000 gebieden gemonitord en desnoods aan banden gelegd. Ook in het samenwerkingsverband Mineral Valley wordt gewerkt aan het realiseren van kansen op het gebied van mest en bodem. Het initiatief van Twence helpt ook mee aan een goede oplossing van de mestproblematiek in Twente.

Gedeputeerde Staten van Overijssel

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer