Begroting 2018: Balans tussen economie en ecologie


8 november 2017

Begroting 2018 - Bijdrage 1e termijn

Als 11e en laatste spreker in de rij zal ik proberen het kort houden. We hebben namelijk één onderwerp uit de begroting wat we willen uitlichten en dat is de balans tussen landbouw en natuur.

Iedereen die hoofdstuk 3 van de begroting – het hoofdstuk met de titel Vitaal Platteland – heeft gelezen zal het zijn opgevallen dat het in dit hoofdstuk veelvuldig gaat over balans. Het gaat over de balans tussen economische ontwikkeling en natuur, over de balans tussen economie en ecologie, over de balans tussen landbouw en natuur, over de synergie tussen natuur, economie en samenleving. Een dergelijke formulering komt in dit hoofdstuk tientallen keren voor. En steeds gaat het er over dat we hierin een goede balans nastreven. Een goede balans tussen economie en ecologie, een goede balans tussen landbouw en natuur.

Tijdens de commissievergadering hebben we aan gedeputeerde Maij gevraagd wat het college verstaat onder een goede balans tussen economie en ecologie. Haar antwoord bevatte twee elementen, die – als ik het mag samenvatten – er op neer komen dat die balans niet 1 op 1 is te vertalen naar getallen, maar dat het er om gaat dat we in het gesprek dat we samen met onze partners hebben – en daar zitten zowel natuurorganisaties bij als economische organisaties – dat in dat gesprek beide aspecten en plek en rol hebben en houden.

Voorzitter, ik wil voor het gemak wel aannemen dat de balans aan de gesprektafel wel in orde is, maar het grote probleem is dat de balans in het veld ver te zoeken is. We hebben een aantal weken geleden allemaal kunnen lezen dat de insectenstand de afgelopen 30 jaar met 75% is afgenomen. De bij heeft niets aan al dat gepolder. Iedereen die oud genoeg is kan met eigen ogen zien dat het met de weidevogels in die periode nóg dramatischer is verlopen. En steeds ligt de oorzaak in de toename en verdere intensivering van de veeindustrie.

Voorzitter, om te kunnen bepalen hoe verstoord de balans tussen landbouw en natuur is, hebben we juist wél die getallen nodig. En we vinden deze getallen niet in de P&C stukken. Dat indicatoren en kentallen waarmee we kunnen volgen hoe het gaat ‘in het veld’ ontbreken en node worden gemist, dat is afgelopen mei al aangekaart bij het jaarverslag van 2016 door de Groep Duisenberg van de Auditcommissie. We constateren dat op dit punt bij deze begroting helaas geen verbeteringen zijn doorgevoerd.

Omdat we dit niet in de begroting kunnen vinden heeft onze fractie zelf zitten rekenen, met hulp van gegevens van het CBS, de Atlas van Overijssel, en behulpzame ambtenaren.

Dat levert de volgende balans op:

En dit is de denkbeeldige balans van Gedeputeerde Staten, geschetst door mijn buurman:

Is het college het met ons eens dat een vertaling naar getallen wel degelijk zinvol is om zicht te krijgen op de werkelijke balans in het veld? Vindt het college een verhouding van 99,8% voor de economie en 0,2% voor de ecologie een goede balans?

Voorzitter, ik rond af. Ik hoop dat één punt uit mijn bijdrage van vandaag blijft hangen bij mijn collega statenleden. En dat is dat we in onze provincie ongeveer 500 keer zoveel aan landbouwhuisdieren hebben dan aan zoogdieren die in het wild leven. En dat – als er in ons huis weer eens een landbouwer komt klagen over schade – dat dit de 0,2% is die komt knagen aan de rand van de 99,8% die wij mensen al in beslag hebben genomen.

Begroting 2018 - Bijdrage 2e termijn

De balans tussen economie en ecologie wordt met name verstoort door de intensieve veehouderij. Juist het rapport dat de gedeputeerde aanhaalt, van het Planbureau van de Leefomgeving, onderschrijft dit.

Onze fractie keek min of meer uit naar de invoering van de Interimwet Veedichte gebieden. De wet moest provincies handvatten geven om het aantal dieren én bedrijven te begrenzen. Het nieuwe kabinet heeft deze wet echter van tafel geveegd.

Begrenzing van de intensieve veehouderij is nodig. En verduurzaming aan de sector overlaten, zoals nu wordt gedaan in de kwaliteitsimpuls agro & food, is volgens de Partij voor de Dieren niet voldoende. Vandaar onze motie, waarin wij GS vragen om op zeer korte termijn een plan voor te leggen aan PS dat moet leiden tot een afname van het aantal landbouwhuisdieren in Overijssel.

Voorzitter, dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer