Bijdrage Staten­voorstel Biomassa


Herziening bio-ener­gie­beleid Provincie Over­ijssel

11 mei 2022

Voorzitter,

De voorliggende herziening van het provinciale bio-energiebeleid is een voorstel met goede kanten, maar de Partij voor de Dieren fractie zal toch tegen stemmen. Ik zal dit toelichten.

Eerst de goede kanten van het voorstel. Met dit voorstel gaat de provincie sturen op de gewenste toepassingen van biomassa. Liever hadden we gezien dat gestuurd zou worden op de herkomst van de biomassa, maar dat kan niet, omdat het niet mag. Dan is sturen op de toepassingen een slim alternatief. Deze beleidsherziening heeft op zich onze steun.

Maar ook als op de juiste toepassingen wordt gestuurd, is het gebruik van biomassa voor energieopwekking uit oogpunt van de klimaatopgaven geen gemakkelijke afweging. Het hoofddoel van het klimaatbeleid is af te komen van de verslaving aan fossiele brandstoffen. Elk koolstofatoom dat we in de grond laten zitten is winst. Dan kan biomassa – met koolstof uit de korte cyclus – een bijdrage leveren.

Maar er zijn ook andere klimaatdoelen. Het vastleggen van meer koolstof in bomen, in hout, is ook noodzakelijk. En dit klimaatdoel staat op gespannen voet met het verbranden van houtige biomassa voor energie. Er is in het recente verleden op dit punt veel misgegaan, met het stimuleren van bijstook in kolencentrales als meest in het oog springende voorbeeld hoe klimaatbeleid totaal averechts kan werken. Averechts, omdat zodra het financieel interessant is om bomen te kappen om te verbranden in kolencentrales, het klimaat er alleen maar slechter van wordt. Ingezoomd op kleine schaal leek het zo mooi, maar uitgezoomd naar de effecten op mondiale schaal bleek het redelijk rampzalig.

De hele markt van de houtige biomassa is door die perverse prikkels verrot. We moeten nu echt wegblijven van het ondersteunen van nieuwe projecten met houtige biomassa. Ook als die projecten zelf wellicht gebruik zouden maken van zuivere reststromen, dan nog is het risico groot dat dit door verschuiving elders weer tot die ongewenste effecten zal leiden.

Samenvattend, er wordt nu al genoeg hout verbrand. Dat moeten we niet verder stimuleren.

Voorzitter, een tweede punt waarom onze fractie niet met het voorstel kan instemmen is de rol van mestvergisters voor lage temperatuur verwarming. En dat staat los van de vraag of je het wel waar kunt maken om hierbij te sturen op de gewenste toepassingen. Ja, er is een enorm mestoverschot in onze provincie, maar dit is een symptoom van het werkelijke probleem: de veel te grote veestapel in Overijssel.

Ook uit de Vertaling van het klimaatakkoord naar Overijssel, die we eerder dit jaar van het college hebben gekregen, bleek weer dat maar liefst 1/3 van de broeikasgasemissies in onze provincie direct samenhangt met de veehouderij. En dat brengt nog niet eens in rekening wat de klimaateffecten zijn van de productie van al het veevoer.

Voorzitter, er is niets duurzaams aan de huidige intensieve veehouderij. Onze natuur en ons klimaat gaan eraan kapot. Wat hier nodig is, is een forse reductie van het aantal koeien, varken en kippen in onze provincie. Wat we vooral niet moeten doen, is de vee-industrie nog meer financiële middelen toestoppen om de huidige praktijk nog een tijdje te kunnen blijven voortzetten.

Mestvergisting is wat dit betreft de nieuwe bijstook. Het lijkt leuk als je inzoomt op kleine schaal, maar als je uitzoomt op mondiale schaal dan zie je de destructie. Mestvergisting werkt, wederom, averechts. Daar zouden we niet in moeten investeren. Ook daarom zullen we tegen dit voorstel stemmen.

Dank u wel.