Bijdrage Programma Nieuwe Energie


25 januari 2017

Voorzitter,

Het binnen de perken houden van klimaatverandering is de grootste uitdaging waar deze generatie voor staat. De PvdD meent dat het essentieel is om al het beleid af te stemmen op deze uitdaging. In aanloop naar de klimaattop in Marrakesh meldden onder andere de UNEP Verenigde Naties Milieu Programma (United Nations Environment Programme) en het PBL dat we nog lang niet op koers liggen voor de 2°C-doelstelling. Het verminderen van de uitstoot vóór 2020 is de enige kans om 1,5 graden te bereiken, zo zegt de UNEP. Wat de fractie van de Partij voor de Dieren betreft gaan we dat ook doen. Het verminderen van de veestapel is een snelle en makkelijke manier om dat ook daadwerkelijk te bereiken. Graag een reactie hierop voorzitter.

Gezien de noodzaak om snel de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen moet de provincie ook CO2 doelen hanteren, die missen wij. Is GS bereid om een ambitieuze doelstelling te formuleren voor 2030, wat de PvdD-fractie betreft een reductie van 65% in 2030, die nodig is om gevaarlijke opwarming te voorkomen? Wij komen hiervoor met mede-indiener GL een (1) motie ‘reductie broeikasgasemissies’ waarin wij GS verzoeken:

  • voor de zomer met een voorstel te komen met ambitieuze doelstellingen omtrent de reductie van broeikasgasemissies;
  • om deze vervolgens, voor het einde van het jaar, binnen alle beleidsterreinen te implementeren.

Voorzitter, om klimaatopwarming verder te beperken moeten we veranderen. Verandering is op twee manieren moeilijk of eigenlijk voor twee typen mensen. Het is moeilijk voor de mensen die het heel graag willen. Die merken dat ze willen veranderen, maar dat je daar lef, creativiteit en doorzettingsvermogen voor nodig hebt. En het is moeilijk voor mensen en partijen die eigenlijk stiekem niet willen veranderen, omdat dat hun eigen belangen raakt. Een bekende tactiek van zulke partijen is "meestribbelen". Organisatiekundigen zeggen daarover: dat is het vermogen om zonder dat het opvalt niet te doen wat er van je verwacht wordt in een veranderingstraject. Het is een soort van ja zeggen en nee doen, maar dan heel slim. Het is een soort van: ik ben voor verandering, maar niet heus. Het idee daarachter is natuurlijk om de verandering waar je zelf niet op zit te wachten, zo lang mogelijk tegen te houden zonder dat dat echt opvalt.

In het energiedossier zijn de meest succesvolle meestribbelaars wellicht de kolenjongens die met miljoenensubsidie hun vieze kolencentrales vergroenen door biomassa bij te stoken en die zich — in elk geval tot nu toe — heel succesvol beroepen op het argument dat het heel contraproductief zou zijn om hun kolencentrales te sluiten, omdat er over de grens nog viezere staan. Meestribbelen is een hardnekkig trekje van veel spelers in het energiebeleid, inclusief de overheid zelf.

Een beproefde strategie van meestribbelaars is om zo positief mogelijk over de aangekondigde veranderingen te doen, maar zich vervolgens verzetten tegen verplichtingen en zich committeren aan een paar magere petajoule aan energiebesparing. Dat zien we ook aan dit voorstel. Het is te weinig ambitieus om dat hogere doel, om de aarde leefbaar te houden voor toekomstige generaties, binnen bereik te brengen. Vervolgens zien we aan de cijfers en dat met definities wordt geprobeerd om zelfs onder die ambities uit te komen. 70% van de duurzame energie zou opgewekt moeten worden uit biomassa. Maar wat is dan precies de definitie van duurzame energie volgens het college?

Helaas wordt een groot deel van het belastinggeld dat bedoeld is om ons land van fossiel naar duurzaam te helpen, gebruikt om de bio-industrie in ons land in de benen te houden en het enorme mestoverschot dat eigenlijk moet leiden tot een forse krimp van de veestapel, weg te werken. Mestvergisters leiden niet tot vermindering van CO2 uitstoot, maar wel tot meer koeien die permanent op stal staan op stal staan en nog meer schaalvergroting. Wie een meestribbelaar wil ontmoeten, neme een kijkje in de intensieve landbouw. Die mest komt niet uit de lucht vallen, maar wordt hier geproduceerd met behulp van een enorme voetafdruk elders. Dat je het restproduct dat daar uitkomt dan duurzaam durft te noemen, vindt de Partij van de Dieren eigenlijk heel beschamend. Waarom zegt het college niet: we zetten een rem op de mestproductie want we weten dat dit geen duurzame bijdrage levert aan onze energiemix? Met mede-indiener GL Ik dien de volgende motie in (2) : mestvergisters niet faciliteren en subsidiëren waarin wij GS verzoeken het subsidiëren en faciliteren van mestvergisters te beëindigen; er bij de toekenning van subsidies voor duurzame energie voor te zorgen dat de gehele levenscyclus van de opgewekte Petajoules in ogenschouw wordt genomen,

Dan het voorstel voor houtgestookte installaties: Voorzitter. De transitie naar duurzame energie is er niet bij gebaat als we dingen duurzaam noemen die dat niet zijn. De PvdD vindt het ongeloofwaardig te zeggen dat die installaties kunnen draaien op zg. snoei afval uit Overijssel. Op de site van het bio energiecluster N-Nederland valt te lezen dat we daarvoor ook onze houtwallen in de fik gaan steken. Graag horen wij of de Gedeputeerde dat ook van plan is in Overijssel? En ook in de Tweede Kamer zijn de ogen inmiddels geopend, want voor het hout dat we hier snoei-afval noemen worden elders complete bossen weggekapt en monoculturen geplant voor vergisters waar eigenlijk voedsel voor mensen moet worden verbouwd. Ook in Haaksbergen zien ze al kansen om biomassa te gaan verbouwen, weet de Gedeputeerde misschien wat ze daar gaan verbouwen om direct de vergister in te gooien en graag een reactie op hoe duurzaam dit dan is?

U ziet geen snoei afval maar grootschalige ontbossing en het aanleggen van monoculturen gewassen om in de vergister te drukken. Daarom dien ik de volgende moties in Met mede-indiener GL (3): houtverbranding hernieuwbare energie waarin wij GS verzoeken :

- Inzichtelijk te maken hoeveel hernieuwbare energie in 2023 uit houtverbranding opgewekt wordt;

- Aan te geven welk percentage van deze energieopwekking uit hout van binnen de provinciegrenzen van Overijssel zal bestaan en aan te geven waar het overige hout vandaan komt;

- Aan te geven hoeveel procent van dit hout snoeiafval en hoeveel procent van dit hout gerooide bomen zullen zijn,

En tot slot nog een opmerking over de verkenning van het plaatsen van windmolens in Nationaal Landschap en Nationaal Natuurnetwerk: de PvdD meent dat ze niet bij natuurparken die maar 3% van heel Nederland in beslag nemen geplaatst moeten worden. De natuur staat overal zwaar onder druk. We moeten dus dat wat we nog over hebben koesteren.

Voorzitter ik dank u wel.

Lia van Dijk
Partij voor de Dieren

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer