Schrif­te­lijke vragen hand­having ammo­ni­ak­uit­stoot


Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel,

Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer blijkt dat veel veehouders zich niet houden aan de hen opgelegde ammoniakplafonds. De auteurs van het artikel constateren dat een derde van de door hen onderzochte megastallen de vergunningsgrenzen overschrijdt. Uit de uitstootcijfers die door de ondernemers zijn doorgegeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), blijkt dat in voorkomende gevallen veel meer stikstof wordt uitgestoten dan de vergunningen toestaan. Hiermee wordt de Wet Natuurbescherming overtreden en de provincie is verantwoordelijk voor de handhaving.

Het college wordt verzocht de volgende artikel 59-vragen schriftelijk te beantwoorden:

1. In welke mate handhaaft de provincie Overijssel de Wet Natuurbescherming in de veehouderijsector?

2. Bij hoeveel bedrijven is de daadwerkelijke stikstofuitstoot in de afgelopen jaren gecontroleerd en in hoeveel gevallen zijn daarbij overschrijdingen vastgesteld?

3. Raadplegen de Overijsselse omgevingsdiensten hierbij de uitstootcijfers van de RVO? Zo nee, bent u van plan deze cijfers voortaan wel te betrekken bij de controles van veehouderijbedrijven?

4. Bent u bereid de vergunde stikstofplafonds van Overijsselse (veehouderij)bedrijven naast de stikstofuitstootcijfers van de RVO te leggen, en deze vergelijking aan Provinciale Staten te rapporteren? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bereid om, met behulp met de RVO-cijfers, handhavingstrajecten in gang te zetten richting de bedrijven die hun vergunde stikstofruimte overschrijden? Zo nee, waarom niet?

In 2018 schreef u in antwoord op eerdere vragen: “De provinciale beleidsregel geeft aan dat een project waarvoor ontwikkelingsruimte (OR) is toegedeeld (uitgedrukt in ammoniakdepositie) binnen twee jaar ook gerealiseerd moet worden. Gebeurt dit niet dan kunnen Gedeputeerde Staten beslissen de vergunning voor de niet-benutte OR weer in te trekken.”

Het verlenen van vergunningen onder het PAS is gestart op 1 juli 2015. Intrekken van niet-benutte ontwikkelruimte is derhalve mogelijke sinds 1 juli 2017.

6. Heeft GS in beeld voor welke PAS-vergunningen de toegedeelde ontwikkelingsruimte binnen twee jaar daadwerkelijk gerealiseerd is en voor welke PAS-vergunningen niet? Zo ja, wilt u dit overzicht delen met Provinciale Staten? En zo nee, bent u bereid dit alsnog in beeld te brengen?

7. In hoeveel gevallen bent u intussen overgegaan tot het intrekken van niet-benutte ontwikkelingsruimte die is uitgegeven onder het PAS? Hoeveel ontwikkelingsruimte betreft dit?

Antwoorddatum: 30 jan. 2020

Geachte heer Folkerts,

U heeft ons op 6 januari 2020 schriftelijke vragen gesteld over Handhaving ammoniakuitstoot bedrijven en intrekken niet-benutte ontwikkelingsruimte.

In deze brief geven wij antwoord op uw vragen.

Vraag 1.

In welke mate handhaaft de provincie Overijssel de Wet Natuurbescherming in de veehouderijsector?

Antwoord 1

Op grond van de risicoanalyse van het beleidsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving controleren we jaarlijks 10% van de agrarische bedrijven met een vergunning. Dit betekent dat we jaarlijks 330 agrarische bedrijven controleren op de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij elke Wnb controle wordt gekeken of het aantal dieren en het staltype in overeenstemming zijn met de gegevens in de vergunning. Hiermee kan bepaald worden of de daadwerkelijke stikstofuitstoot binnen de norm van de vergunning blijft. Verder controleren we of de eventueel voorgeschreven luchtwasser conform de voorschriften van de vergunning in werking is.

In 2020 gaat de Provincie meer inzetten op het controleren van bedrijven die (nog) geen vergunning Wet Natuurbescherming hebben.

Vraag 2

Bij hoeveel bedrijven is de daadwerkelijke stikstofuitstoot in de afgelopen jaren gecontroleerd en in hoeveel gevallen zijn daarbij overschrijdingen vastgesteld?

Antwoord 2

Tijdens de controles op deze 330 agrarische controles wordt voornamelijk gecontroleerd op de stikstofuitstoot door de dieraantallen en staltypes te controleren. De afgelopen jaren lag het nalevingspercentage op voornoemde aspecten tussen de 80 en 90%.

Vraag 3, 4 en 5
Vraag 3: Raadplegen de Overijsselse omgevingsdiensten hierbij uitstootcijfers van de RVO? Zo nee, bent u van plan deze cijfers voortaan wel te betrekken bij de controles van veehouderijbedrijven?
Vraag 4: Bent u bereid de vergunde stikstof plafonds van Overijsselse (veehouderij)bedrijven naast de uitstootcijfers van de RVO te leggen, en deze te vergelijking aan Provinciale Staten te rapporteren? Zo Nee, waarom niet?
Vraag 5: Bent u bereid om, met behulp met de RVO-cijfers, handhavingstrajecten in gang te zetten richting de bedrijven die hun vergunde stikstofruimte overschrijden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3, 4, 5
Nee, de omgevingsdiensten maken gebruik van de Regeling Ammoniak Veehouderijen en Aerius om de gegevens te toetsen en te vergelijken.
Bedrijven rapporteren aan de RVO uitstootcijfers in het kader van de E-PRTR rapportageverplichting (European Pollutant Release Transfer Register). Voor de registratieverplichting gelden drempelwaardes: Ammoniak (NH3) 10.000 (kg/j) en Stikstofoxiden (N0x/N02) 100.000 (kg/j).
Het register bevat daarnaast 3 categorieën intensieve veehouderij: bedrijven > 40.000 stuks pluimvee, bedrijven > 2.000 vleesvarkens en bedrijven > 750 zeugen. Melkveehouderijen komen (in Overijssel) niet boven de drempelwaarde.
In de Europese database zitten 71 bedrijven uit Overijssel, waarvan 12 agrarisch. Van de 71 bedrijven zijn er slechts 2 industriële bedrijven en 11 agrarische bedrijven in verband met de NOx- of NH3-emissie in het register opgenomen. De uitstootcijfers zijn daarom maar voor een zeer beperkt deel van ons vergunningenbestand relevant en bruikbaar in ons toezicht.
De emissie van agrarische bedrijven is wel te herleiden op basis van de meitellingsgegevens. Deze staan in het gegevensbestand BAB2018 (Basisbestand Agrarische Bedrijven). RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) is van dit bestand de bronhouder. Wij mogen deze gegevens op dit moment nog niet gebruiken voor handhavingstoepassingen in verband met een door RVO opgelegde gebruiksbeperking. Formeel zijn ze alleen te gebruiken voor taken in relatie tot de Wet inrichting landelijk gebied (WILG), een voormalige taak van de Dienst Landelijk Gebied.
Echter, de BAB2018-gegevens zouden bruikbaar kunnen zijn in de uitvoering van onze toezichts- en handhavingstaak. De Commissaris van de Koning van de provincie Limburg heeft reeds in een brief aan het Ministerie van BZK verzocht om deze gegevens beschikbaar te stellen aan de Provincies ten behoeve van acties in het Stikstofdossier. Wij zullen RVO hier ook om verzoeken.
De provincie zet handhavingstrajecten in gang als uit de controle blijkt dat de veehouder niet voldoet aan de vergunde vee-aantallen of het vergunde stalsysteem.

Vraag 6.
Heeft GS in beeld voor welke PAS-vergunningen de toegedeelde ontwikkelingsruimte binnen twee jaar daadwerkelijk gerealiseerd is en voor welke PAS-vergunningen niet? Zo ja, wilt het overzicht delen met Provinciale Staten? En zo nee, bent u bereid dit alsnog in beeld te brengen?

Antwoord 6
In het kader van de tweejaarstermijn hebben wij de afgelopen jaren 115 controles uitgevoerd. Uit de controles blijkt dat de meeste agrariërs vaak niet de volledige aantallen gerealiseerd hebben. Het Overijssels beeld komt dus overeen met het landelijke beeld: slechts weinig bedrijven hebben de ontwikkelingsruimte volledig benut. Soms is de ontwikkelingsruimte in het geheel niet gerealiseerd; vaak is deze ten dele gerealiseerd.
Na de uitspraak van 29 mei 2019 zijn de controles op de tweejaarstermijn gestopt. Dit omdat landelijk afspraken gemaakt zijn over het opschorten van controles in richting van de beleidsregels. Wij zijn nu in het kader van het stikstofdossier bezig met het opstellen van een toezichtsplan voor 2020 met daarin een nieuwe planning en prioritering voor de uit te voeren controles.

Vraag 7.
In hoeveel gevallen bent u intussen overgegaan tot het Intrekken van niet-benutte ontwikkelingsruimte die is uitgegeven onder het PAS? Hoeveel ontwikkelingsruimte betreft dit?

Antwoord 7
Er is nog niet overgegaan tot het intrekken van ontwikkelingsruimte.


Gedeputeerde Staten van Overijssel